Wie is Eska?

“Ik ben random muzikant geworden.”

Ze wordt geroemd door Gilles Peterson en Jamie Cullum, was genomineerd voor een Mercury Prize voor Beste Album van 2015 en trad op met Tony Allen en Grace Jones. Onlangs verscheen debuutalbum ESKA, waarop ze, na een weg vol heuvels en kuilen, haar eigen sound laat horen. Maak kennis met de Britse-Zimbabwaanse singer-songwriter en multi-instrumentalist Eska. BIRD sprak met haar over Londen, opgroeien met Quincy Jones en Peter Frampton en ‘workshopping music’.

Op je tweede verhuisde je met je ouders naar Londen. Paste je je makkelijk aan?

Zeker, I loved school! Toen begon eigenlijk mijn liefde voor muziek. Ik was negen toen ik voor het eerste vioollessen kreeg. Het werd door de overheid gestimuleerd om een klassiek instrument te bespelen. Het was toen echt een bijzondere tijd voor jonge kids in Londen. Als de overheid het niet had betaald, hadden mijn ouders me nooit op muziekles kunnen doen.

Was je talent voor muziek maken toen direct zichtbaar?

Nee, ik stak gewoon mijn hand op. Haha, ik werd eigenlijk heel random muzikant. De eerste keer dat ze de lessen uitdeelde, deed ik mijn hand niet snel genoeg omhoog dus toen werd ik niet gekozen. Er was grappig genoeg één jongen, Patrick, die met zijn viool naar school kwam. Ik vond dat zo cool! Op een dag zei hij tegen onze leraar – mister Luck, kan je je voorstellen zijn naam mister Luck was – “mister Luck, ik wil dit instrument niet meer spelen”. Ik riep snel dat ik dan wel zijn lessen wilde doen, en zo ging ik viool spelen.

Het zingen kwam pas later op de middelbare school. Daar ging ik bij het schoolkoor. Ik was een van die weirdo’s die alles geweldig vond op school. Op mijn veertiende ontving ik een beurs om naar de muziekschool te gaan. Dat was het eerste moment dat ik iets van een belofte vormde en me realiseerde dat ik misschien talent had. Maar het kwam niet geheel onverwachts, want mijn broer en zus speelde ook al piano. Samen schreven we liedjes. Mijn vrienden moesten altijd mijn liedjes zingen, haha.

Voor BIRD maakte je een selectie van je lievelingsplaten die je vroeger thuis luisterde. Je vaders muzieksmaak was all over the place: van Bob James via Madonna naar Zimbabwaanse muziek. Is daarom je eigen muziek meer ongrijpbaar geworden?

Hij heeft een grote impact gehad op mijn smaak. Door hem waardeer ik vinyl en kan ik onderscheid maken tussen goede en slechte muziek. Hij leerde me niet genre-specifiek te zijn. Het ging niet over jazz óf rock óf pop. Het ging over goede muziek. Mijn vader draaide Peter Frampton, Quincy Jones en Phil Collins. Mijn broer, zus en ik dachten niet in termen van ‘cool’. Het ging over wat een sterke melodie was. Toen ik dus mijn eigen album uitbracht, dacht ik veel aan mijn jeugd. Dat was de springplank, de inspiratie voor dit album. Ik ging nadenken over de manier waarop ik naar muziek luisterde als kind en als puber. Het werd me toen duidelijk dat ik niet specifiek naar iets luisterde – ik groeide bijvoorbeeld niet op met alleen maar hiphop – maar uit verschillende genres het meest interessante haalde. Daardoor is mijn album nu geïnspireerd door eerste generatie Afrikaanse immigranten die in de eighties opgroeiden in Londen. Het klinkt als een album van iemand die beïnvloed is door een mix van culturen en muziekstijlen en dat is wie ik ben.

Was er een moment dat je dacht: ik moet mijn eigen sound vinden? Iets dat helemaal Eska is?

Ik heb heel veel samenwerkingen gedaan vóór dit album. Ik begon me te realiseren dat ik zoveel ideeën in mijn hoofd had, dat ik die nooit in iemand anders project zou kunnen stoppen. Ik raakte gefrustreerd. Wat mijn angsten over eigen ideeën uitwerken ook waren, ik moest ze zien te overwinnen. Ik wilde uitzoeken waar ik zelf van genoot in muziek. Ik vond het heel spannend want je wilt toch dat mensen waarderen wat je doet. Ik had namelijk een goede reputatie. Ik dacht, oh my gosh, als mijn muziek troep wordt, ga ik eraan! Er waren zo veel verwachtingen en mensen die hoopten dat mijn album goed zou worden. Ze wilde wat van me horen en dat maakte me wel nerveus. Maar uiteindelijk is het enige wat ik moest doen: oprecht zijn. Ik wilde muziek maken die echt uitlegt wie ik ben.

Je schreef je eigen nummers voor je debuutalbum. Toen je begon met opnemen vertelde je je band niets over je ideeën. Waarom koos je voor deze prikkelende manier van muziek maken?

Ik wilde juist dat het spannend was, en zenuwslopend! Maar als je een heel goede muzikant iets hoort spelen voor de eerste keer, kun je ze echt hóren. Je kunt dan horen hoe ze timen, hoe ze een stuk in elkaar zetten. Dat moment vangen, is zoveel waardevoller dan wanneer ze het al vijftig keer gespeeld hebben en het een riedel is geworden. Ik dacht ook dat het zo een fijner proces zou worden omdat we negentien tracks in tien dagen opnamen. Elke ochtend presenteerde ik de muzikanten iets, zo konden we erover praten. We workshopped the music. Ik heb misschien het liedje geschreven, ik heb misschien een bassline of een drum bedacht, maar ik geef het aan eersteklas muzikanten en zij bekijken hoe ze het interpreteren. Het was prachtig. Muziek werd vroeger veel vaker zo gemaakt. Soms wisselde we zelfs allemaal van instrument. Zo was mijn band echt aanwezig in het moment.

In je tracks lijken persoonlijke, kleine verhalen groter dan jezelf te worden, totdat ze universeel zijn. Wat zijn de gebeurtenissen in je leven waar je over wilde zingen op ESKA, en waarom koos je voor deze manier?

Eerst maakten we de muziek, die toen helemaal klopte. Daarna dacht ik “Eska, waar ga je dan eigenlijk over zingen”? Dat duurder dus veel langer dan de muziek maken. Het meest oprechte waar ik over kon schrijven was mezelf en mijn levenservaringen. Maar ik wilde niet dat het zo autobiografisch was dat mensen zich niet konden vinden in de teksten. Daarom gebruikte ik metaforen, allegorieën, mythische verhalen, Bijbelse verhalen. Dat soort verhalen zijn misschien wel oud maar leggen wel de dingen uit die we vandaag ervaren. Het is voor mij een meer poëtische manier om het alledaagse uit te leggen.

Gilles Peterson noemde je “one of the most important singers in the UK right now”. Jamie Cullum noemde ‘The Gatekeeper’ “an unbelievable track that will be hard to beat in 2013”. Wat doet support van zulke artiesten met je?

Het heeft me ontzettend geholpen mijn muziek aan een publiek te brengen. Ik ben zo dankbaar voor hun hulp en support. Het was nogal een lange weg naar dit album dus om ondersteuning te krijgen van zulke gevestigde artiesten en smaakmakers is geweldig. Het heeft deuren voor me geopend. Van Gilles tot Jamie en Laura Mvula en de Mercury Prize, ze maakten allemaal mogelijk dat ik mijn muziek in Europa en Japan kan laten horen.

ESKA is een prachtige mix geworden van grote en kleine ideeën, warme folk en experimentele teksten, complex maar toch comfortabel om naar te luisteren. Is dit de muzikale lijn die je wilt voortzetten?

Ik wil natuurlijk nieuwe sounds ontdekken. Ik vind de hedendaagse elektronische muziek heel interessant, bijvoorbeeld wat James Holden maakt. Dat is echt de muziek van morgen, dus ik ben heel enthousiast om met zo’n sound aan de slag te gaan. En dan heb je nog het kleine zusje van ESKA, dat eigenlijk eerst af moet. Daar zullen wel al wat elektronische elementen in zitten. We hebben eerder natuurlijk meer dan negentien nummers opgenomen voor ESKA. Die tracks wil ik uitwerken. Want nu staan ze op mijn harddrive en daar horen ze niet thuis, haha.

share tweet whatsapp
View magazine

Have A Look At This

Thursday 28 January

IMG_7311_nolayers

Eska

Na jarenlang als backing en featured vocalist te hebben gewerkt in Londense muziekscene, verscheen afgelopen april het langverwachte debuutalbum van […]

De platentas van

eska

Eska

We vroegen Eska naar haar muziekbibliotheek, haar helden en haar eerste plaat.

Interview

Screen Shot 2016-01-14 at 15.37.08

Six Degrees of Gilles Peterson

Als je naar muziekgoeroe Gilles Peterson en de programmering van BIRD in 2016 kijkt, kun je maar één conclusie trekken: […]