Garden of BIRD:

Column Hugo Borst

Hoe stil ik ook sta, ik sta hier niet onbewogen. Dit is voor mij Memory Lane.

In 1968 was het centrum van Rotterdam een open vlakte, een cadeau van wat onze vaders de moffen noemden. Het bombardement was al dik 25 jaar geleden en de invulling schoot in 1968 niet echt op.

Ik woonde aan de Lombardkade, bij de Meent. Ik keek zo uit op mijn school, twee kilometer verder. Dat daar was de Keucheniusschool. Het spoorviaduct zat ertussen. Voor de rest had je 1 miljoen keien, kinderhoofdjes heetten die. De Sint Jacobsplaats heette die open vlakte. Een gigantische parkeerplaats, die nooit vol stond. Als het regende lag er een betoverende schittering over de kinderhoofdjes. Als ik naar school liep kon mijn moeder me helemaal nakijken. Bij de Hofbogen aangekomen, raakte ik even uit het zicht. Hier liep ik Heinz, de beroemdste zwerver van Rotterdam, tegen het lijf. Hij sprak in zichzelf, in het Duits. Ze zeiden dat het een gedeserteerde Duitse soldaat was. Ik heb het later gecheckt. Moet je nooit doen, je moet nooit stadsidyllen doodchecken. Het klopte natuurlijk niet. Heinz, hij hield van de Hofbogen en het station Hofplein, Heinz was schizofreen.

Die wandeling van thuis naar school. Zonder dat ik het wist liep ik langs de Karnemelksehaven. Dat hoorde ik veel later pas. Dat er een Karnemelksehaven had bestaan. Een voorvadervader woonde daar rond 1830. Die Karnemelksehaven – daar lag ie ongeveer – bestaat niet meer. Zo gaan die dingen, want Rotterdam is altijd in beweging geweest.

Er komt steeds weer wat bij. En er wordt ook een hoop gesloopt trouwens, niet alleen door de Duitsers, de Rotterdammers zelf kunnen er ook wat van, maar dat is een ander verhaal. Gelukkig zijn de Hofbogen blijven bestaan.

Ik was tien toen er een nieuw Shellgebouw bijkwam. Dat is die erectie daar. Voordat ie verrees werd de grond bouwrijp gemaakt. Wij, kinderen van de Keucheniusschool, konden lekker graven daar. We vonden oude munten, dierenschedels, goudse pijpjes, ringen, vaasjes. Misschien zaten er wel spullen bij van mijn voorvader die aan de Karnemelksehaven woonde.

Enfin, dit is gewijde grond voor mij. De Hofbogen toen en de Hofbogen nu. De Hofbogen hebben een jaar of tien terug een nieuw leven gekregen. Ze leven nu veel meer dan in 1968. Kijk nou wat er vandaag weer gebeurt. We krijgen er een Stadstuin bij.

Een initiatief van Nina en Gaby. En da’s eigenlijk best gek. Ik bedoel dat juist zij een tuin stichten.

Ik ben journalist, ik heb goed ingevoerde bronnen. In Kralingen. Waar Opstelten woont en Abou, en Warner Hahn en John Dahl Tomasson en Wilfried de Jong en vele vele anderen.

Er zijn mensen in Kralingen die zich kapot ergeren aan Nina en Gaby. Die tuin van hun.

Om te beginnen hun voortuin. Links, met paarse bloemen, een gewraakte overhangende vlinderstruik. Kwetsbare ouderen met rollators wordt het onmogelijk gemaakt het perceel te passeren. Gewoon omdat Nina en Gaby te belazerd zijn om die struik fatsoenlijk bij te knippen. Ze schijnen een tuinman te hebben. Misschien heeft die de moed op gegeven. Mos, onkruid, oude takken. Dat is de voortuin. De belendende panden zijn een tonnetje minder waard vanwege die tuin.

Dan de achtertuin van Nina en Gaby. Ze hebben een paar jaar geleden een nieuwe bank in de achtertuin laten plaatsen. Leuk initiatief. Zag er geweldig uit. Maar er zit nooit iemand. Hebben ze het druk of zo? Op die bank groeien zeldzame paddestoelen die muf ruiken. Het gras staat hopeloos hoog. Onkruid deemstert er doorheen.

Ik ga er niet te lang op door. Wat me boeit is: ze houden dus wel van tuinen. Kijk eens wat ze hier hebben aangelegd! Tot en met vandaag zijn ze eraan bezig geweest. Hier is een stadstuin verrezen waar je met je vrienden een mojito kan drinken, waar je een pizzaatje uit de houtoven kan eten, waar je kan hangen, liggen en chillen.

Geen Biergarten – die bestaat al – maar een strandtent midden in de stad. Houten veranda. Strandstoelen. En die zeecontainer is een waanzinnige vondst.

Wel jammer van die zandbak. Dat trekt alleen maar onnodig veel jonge kinderen aan. En zeker omdat je hier je eigen munt kunt plukken voor je bakkie thee vrees ik dat dit een hangplek wordt van moeders met bakfietsen.

Ik ben blijer met het Franziskaner Weissbier dat getapt gaat worden. Ja, Duitse pils. Want wij moderne Rotterdammers zijn het bombardement allang voorbij. We zijn niet haatdragend. We gaan er een vredestuin van maken met alle kleuren van de regenboog. Hier wordt niet geknokt maar gelachen, het glas geheven, gediscussieerd en gevreeën.

Niets dan hulde. Waanzinnig, Nina en Gaby. Dank je wel, namens creatief, positief Rotterdam.
Rotterdam is mooi, Rotterdam is prachtig. En jullie hebben Rotterdam nog een beetje mooier gemaakt.

Een klaterend applaus voor deze geweldige horeca-ondernemers: Nina Hooimeijer en Gaby van Kesteren.

 

 

share tweet whatsapp
View magazine

Have A Look At This

Saturday 26 August

De nacht van de Napolitaanse pizza

Pizza, pizza en nog eens pizza. Maar wel de Napolitaanse variant! Havenstad Napels heeft namelijk een behoorlijke reputatie opgebouwd als […]

Saturday 02 December

Alain Clark

Sunday 26 November

JP Cooper